Rugby wordt gespeeld door twee teams van elk 15 man vrouw sterk. Acht voorwaartsen, zij proberen de bal te veroveren en zeven driekwarten, zij proberen terreinwinst te maken. Een wedstrijd is twee keer 40 minuten en wordt gespeeld met een ovale bal. De meest belangrijke regel bij rugby is dat de bal alleen maar achterwaarts gespeeld mag worden.
Het doel van het spel bij rugby is om een bal over de doellijn van de tegenstander te dragen en die daar tegen de grond te drukken.
Klinkt best eenvoudig dus, maar er zit een addertje onder het gras. Om vooruit te bewegen, moet de bal dus steeds in achterwaartse richting afgespeeld worden (passen). De bal mag voorwaarts geschopt worden, maar alleen als de ploeggenoten van diegene die schopt zich op dat moment achter de bal bevinden.
Deze schijnbare tegenstelling maakt een goede samenwerking en een ijzeren discipline noodzakelijk, aangezien één enkele speler op zich weinig kan bereiken. Alleen door samen te werken kunnen de spelers de bal in de richting van de doellijn van de tegenstander krijgen en zo uiteindelijk het spel winnen.




Volg ons op: